Kernpunten van de Veranderopgave inburgering (VOI)
Het huidige inburgeringsstelsel voldoet niet: inburgeraars doen te lang over hun inburgering en het stelsel prikkelt niet om op het hoogst mogelijke niveau de Nederlandse taal te leren. De verbinding met participatie wordt onvoldoende gemaakt, onder andere omdat nieuwkomers zich allereerst richten op hun inburgeringsplicht. De doorgaande lijn tussen de asielopvang en verdere inburgering bij gemeenten verloopt onvoldoende soepel. Inburgeraars zijn kwetsbaar op een vrije markt waar fraude voorkomt door instellingen die misbruik maken van de mogelijkheden die het leenstelsel ze biedt. Hervorming is dus broodnodig.

De hervorming is ingrijpend en raakt ieder aspect van het huidige stelsel:

  • Gemeenten krijgen een sleutelpositie in de uitvoering van het stelsel.
  • Gemeenten nemen van iedere individuele inburgeraar een brede intake af, op basis waarvan een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) wordt opgesteld.
  • Gemeenten zijn verantwoordelijk om een bij het PIP aansluitend inburgeringsaanbod te doen; dit aanbod omvat naast een van de drie leerroutes in ieder geval kennis Nederlandse maatschappij (KNM), oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA), het Participatieverklaringstraject (PVT) en de benodigde ondersteuning bij het zelfredzaam worden ten aanzien van de financiële huishouding (“ontzorgen”).

Kamerbrief Tussenstand Veranderopgave Inburgering

Kijk ook eens op de website van het Kennisplatform Integratie & samenleving


Evaluatieonderzoeken lopende initiatieven inburgering

Het ministerie heeft niet alleen subsidies beschikbaar gesteld voor pilots, maar ook voor evaluatie van lopende initiatieven in het kader van de Veranderopgave Inburgering (VOI). Met deze evaluaties zullen de komende jaren (tot eind 2020) met name de onderdelen waar minder praktijkervaring voorhanden is worden gevolgd en indien gewenst in de pilotperiode of daarna worden aangepast, om het stelsel gaandeweg te kunnen versterken. Het streven is om een stelsel te creëren dat robuust en adaptief is.

Met monitoring en evaluatie wordt dus niet gewacht tot de inwerkingtreding van de nieuwe wet. Ook de periode ervoor zal gebruikt worden om de reeds geleerde lessen op te halen en nieuwe instrumenten en werkwijzen te testen en evalueren. De informatie die op deze manier wordt verkregen en de ervaring die op deze manier wordt opgedaan kan vervolgens breed worden gedeeld en worden betrokken bij de voorbereidingen op de inwerkingtreding en implementatie van het nieuwe inburgeringsstelsel.

Wij voeren deze evaluatie graag voor u uit!

Heeft u subsidie toegekend gekregen voor een evaluatieonderzoek? Dan gaat u nu waarschijnlijk op zoek naar drie partijen aan wie u een onderzoeksvoorstel gaat vragen. ZINZIZ is dan een mooie organisatie om uw vraag uit te zetten. We hebben veel ervaring met dergelijke evaluaties en voldoen aan de criteria die het ministerie heeft opgesteld voor deze subsidie.U krijgt daarmee een onderbouwd antwoord op de drie hoofdvragen:

  • Een zorgvuldige beschrijving van de werkwijze of het instrument (input, troughput, output, outcome en impact)
  • Inzicht op de werking (werkbare en niet- werkbare elementen, voor welke doelgroepen, randvoorwaarden)
  • Overzicht van de ‘lessen’ voor verdere inrichting en implementatie in het nieuwe stelsel.
Onze kracht

We hebben inmiddels mooie onderzoeksprojecten kunnen afronden in het sociaal domein. Opdrachtgevers en betrokkenen geven daarbij aan dat ze veel waardering hebben voor onze insteek. Ze noemen dan vooral:

  • Ruime expertise op proces- en impactevaluaties
  • Met direct oog voor kennisdeling & kennisbenutting: vertaling van ‘lessen’ naar concreet toepasbare adviezen
  • Veel ervaring met evaluaties van initiatieven waarbij samengewerkt wordt vanuit verschillende domeinen
  • Veel kennis over het verzamelen en verbinden van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens
  • Aantoonbare expertise op het gebied van inburgering en het begeleiden van statushouders
  • Rapportages die uitnodigen tot lezen en toepassen
  • Creatieve manieren van dataverzameling, die minimaal verstorend zijn voor de uitvoering.
Impactevaluatie

Hoe breng je op een betrouwbare en overzichtelijke manier de impact in kaart van werkwijzen, instrumenten en interventies? In 1954 schreef Kirkpatrick zijn proefschrift over het onderwerk ‘de vier niveaus van leeractiviteit,’ dat hij vertaald heeft naar een boek Evaluating Training Programs, dat gepubliceerd werd in 1994. Hij beschreef vier op elkaar voortbouwende niveaus om het resultaat van trainingen te meten en te beoordelen of de opgedane kennis van een training zich ook vertaalt naar veranderingen in houding en gedrag. Dit model biedt bij uitstek een mooi model om de impact van niet alleen trainingen, maar ook andere interventies in kaart te brengen.

Procesevaluatie

Met een procesevaluatie kun je het verloop en de uitvoering van de werkwijze of het instrument in kaart brengen. Met een procesevaluatie kan antwoord gegeven worden op de eerste hoofdvraag, namelijk een beschrijving van de werkwijze, afwijkingen van het plan van aanpak, invloed van context en onverwachte factoren. Maar bijvoorbeeld ook uitspraken doen over werkbare en niet werkbare elementen, de kosten, de uitvoering van de diverse activiteiten, het handelen van professionals, de inzet van bepaalde groepen, partijen of mensen. En de manier waarop je in de toekomst zo’n
werkwijze of instrument kan implementeren en uitvoeren, bijvoorbeeld binnen het nieuwe stelsel.

Het hoofddoel van procesevaluatie is feedback op of verbetering van het handelen van uitvoerders. Een procesevaluatie gecombineerd met een impactevaluatie, geeft onderbouwd antwoord op de onderzoeksvragen, zoals het ministerie deze heeft opgesteld. We werken met deze evaluaties vaak met het onderstaand model als kader.

Meer lezen over het model van Kirkpatrick? Klik dan op onderstaande afbeelding

Kwaliteitsborging & wetenschappelijke integriteit

We hechten veel waarde aan kwaliteit, privacyborging en integriteit, ook in onze onderzoeken. We handelen in deze onderzoeken dan ook altijd vanuit de uitgangspunten zoals die in de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit zijn opgesteld. Deze gedragscode is op initiatief van KNAW, NFU, NWO, de TO2-federatie, de Vereniging Hogescholen en de VSNU in 2018 geactualiseerd, is door alle universiteiten onderschreven en vanaf 1 oktober 2018 van kracht. De code bevat de vijf principes die de grondslag vormen van integer onderzoek:

  • Eerlijkheid
  • Zorgvuldigheid
  • Transparantie
  • Onafhankelijkheid
  • Verantwoordelijkheid

Deze vijf principes uitgewerkt in 61 normen voor goede onderzoekspraktijken. Ook bevat de code richtlijnen voor de manier waarop moet worden omgegaan met veronderstelde schendingen van de wetenschappelijke integriteit.

Behoefte aan professionalisering?