BOB-model

BOB-model

Het BOB-model (Beeldvorming, Oordeelsvorming, Besluitvorming) is oorspronkelijk ontwikkeld binnen de organisatiekunde als structuur voor besluitvormingsprocessen (in groepen). Het helpt om complexe vraagstukken zorgvuldig, transparant en navolgbaar te behandelen.

 

Bij ZINZIZ zagen we dat deze denkwijze niet alleen waardevol is in vergaderingen en bestuurlijke besluitvorming, maar ook in het dagelijkse werk van professionals binnen het sociaal domein. Want ook daar worden voortdurend besluiten gemaakt: over ondersteuning, begeleiding, participatie, rechtmatigheid en maatwerk. Juist wanneer professionals ruimte hebben om professioneel af te wegen, ontstaat de vraag hoe je maatwerk kunt bieden zonder dat willekeur ontstaat. Het BOB-model biedt hiervoor een praktisch houvast.

 

Wat is het BOB-model?

Het BOB-model bestaat uit drie opeenvolgende fases:

  1. Beeldvorming: Hier gaat het om het verzamelen van relevante informatie en het begrijpen van de situatie.
  2. Oordeelsvorming: Hier gaat het om het proces van het analyseren en evalueren van de beschikbare informatie en het vormen van meningen en oordelen.
  3. Besluitvorming: Het kiezen van een passende aanpak of interventie.

 

Het model benadrukt dat passende besluiten niet in één stap tot stand komen. Door eerst een beeld te vormen, vervolgens informatie te wegen en pas daarna tot een besluit te komen, ontstaat een zorgvuldige en methodische manier van werken.

 

BOB-model

Hoe werkt het model?

Met het model kennen ben je er nog niet, het gaat erom dat je bewust alle fases doorloopt en je de bijbehorende acties uitvoert, let op de valkuilen per fase en jezelf slimme vragen stelt.

 

1. Beeldvorming

Bij beeldvorming verzamel je relevante informatie en probeer je de situatie zo volledig mogelijk te begrijpen. Je kijkt naar omstandigheden, mogelijkheden, beperkingen, wensen, behoeften en doelen. Hiervoor kun je gebruikmaken van gesprekken, observaties, dossierinformatie of modellen zoals het integratief gedragsmodel (IGM).

 

Veel voorkomende valkuilen bij deze fase, zijn:

  • Te lang in deze fase blijven hangen en niet tot actie over gaan
  • Juist te snel naar oplossingen willen zoeken
  • Aannemen dat de inwoner dezelfde informatiepositie heeft als jij

Vragen die helpen, zijn:

  • Wat weten we?
  • Wat weten we nog niet?

 

2. Oordeelsvorming

Nadat het beeld is gevormd volgt de stap die in de praktijk vaak onvoldoende aandacht krijgt: oordeelsvorming. Let maar eens op tijdens casuïstiekbesprekingen of sparmomentjes. Vaak zie je dat er uitgebreid wordt gesproken over de situatie van een inwoner (“wat is zijn thuissituatie?” of “wat heeft hij al geprobeerd?”) en vervolgens direct over mogelijke oplossingen (“Ik zou haar gewoon nog een keer uitnodigen en aanmelden bij een traject”). Deze stap blijft in de praktijk dus vaak impliciet, terwijl hier belangrijke professionele afwegingen worden gemaakt.

 

Veelvoorkomende valkuilen bij deze fase, zijn:

  • Meegaan in onbewuste vooroordelen
  • Je eigen voorkeuren onbewust en vanuit goede bedoelingen projecteren op de ander
  • In een confirmation bias stappen
  • Onderschatten hoeveel van je waarden meespelen in welke beslissing je neigt te maken

 

Vragen die helpen, zijn:

  • Wie is de bron? zijn de bronnen?
  • Wat zijn hun belangen? En hoe betrouwbaar zijn zij?
  • Wat zijn feiten? Wat zijn meningen?
  • Welke eigen aannames of vooroordelen kunnen mijn oordeel beïnvloeden?
  • Ben ik mij bewust van de valkuilen van onze hersenen zoals confirmation bias?
  • Kan ik uitleggen waarom bepaalde informatie wel of niet is meegewogen?

3. Besluitvorming

Pas na beeldvorming en oordeelsvorming volgt de besluitvorming. In deze fase wordt bepaald welke stap, interventie of aanpak het meest passend is. Daarbij gaat het niet alleen om wát besloten wordt, maar ook om hóe het besluit tot stand komt. Vaak is samen beslissen de meest passende route. Onderzoek naar motivatie laat zien dat eigenaarschap en autonomie bijdragen aan het daadwerkelijk uitvoeren van gemaakte afspraken.

 

Veelvoorkomende valkuilen bij deze fase, zijn:

  • Terugvallen op standaardoplossingen of routines, waardoor maatwerk uit beeld raakt
  • Een besluit nemen vóórdat duidelijk is wie eigenaar is van de uitvoering.

 

Vragen die helpen, zijn:

  • Wie neemt dit besluiten wie is eigenaar van de vervolgstap?
  • Past deze keuze echt bij deze persoon en deze situatie?
  • Vergroot deze keuze de kans dat de inwoner daadwerkelijk in beweging komt, nu of op langere termijn?

 

Daarbij is het goed om te beseffen dat de keuze die op papier het meest logisch lijkt, niet altijd de keuze is die in de praktijk het meeste effect heeft. Wanneer inwoners zelf invloed hebben op een besluit, vergroot dat het gevoel van eigenaarschap en daarmee de kans dat zij daadwerkelijk in beweging komen. Gebeurt dat niet direct, dan betekent dat niet dat de besluitvorming voor niets is geweest. Juist doordat iemand zelf heeft meegedacht en mee besloten, kan op een later moment alsnog het inzicht ontstaan dat een andere keuze beter past.

 

Wanneer het BOB-model gebruiken?

Het BOB-model is breed toepasbaar binnen het sociaal domein. Het model is vooral waardevol wanneer professionals ruimte hebben om afwegingen te maken en behoefte hebben aan een methodische manier om die afwegingentransparant en navolgbaar te onderbouwen.

Het kan worden gebruikt bij:

  • Vraagstukken rondom maatwerk
  • Complexe afwegingen waarin meerdere belangen spelen
  • Het opstellen van plannen van aanpak
  • Coaching en reflectie van professionals
  • Casuïstiekbesprekingen
  • Teamontwikkelingen intervisie

Hoe werkt ZINZIZ met het BOB-model?

Bij ZINZIZ gebruiken we het BOB-model als een praktische kapstok bij het versterken van methodisch handelen, vakmanschap en het bieden van menselijke maat zonder willekeur.

 

We zetten het model onder andere in tijdens trainingen, vakopleidingen, casusbesprekingen en ontwikkeltrajecten. Daarbij besteden we expliciet aandacht aan alle drie de fasen van het model. We blijven niet hangen in beeldvormingsvraagstukken, gaan niet te snel naar besluitvorming en maken bewust ruimte voor oordeelsvorming.

 

Het BOB-model helpt professionals om niet alleen te vragen "Wat gaan we doen?", maar eerst stil te staan bij "Wat weten we eigenlijk?" en "Hoe wegen we die informatie?". Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk, terwijl tegelijkertijd de kans op willekeur wordt verkleind.

 

Daarnaast helpt het model om passende hulpmiddelen en werkvormen te kiezen. Zo kan het integratief gedragsmodel (IGM) ondersteunen bij de beeldvorming, terwijl een beslisbalans juist helpt bij gezamenlijke besluitvorming. Het BOB-model maakt inzichtelijk welk doel je in iedere fase probeert te bereiken en welke methodieken daarbij kunnen helpen.

 

Dat maakt het BOB-model voor ons een krachtig hulpmiddel voor professioneel handelen in een complexe praktijk.